Twente

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn

Als het op zondagmiddag mooi weer is rijden we wel eens naar Twente. Vanuit onze woonplaats niet ver rijden. We nemen meestal de toeristische route. Gek genoeg is dat ook de kortste route. We rijden via Nieuw Schoonebeek, Twist en Neuenhaus. Soms stoppen we net voorbij Neuenhaus bij de oude watermolen die uit 1270 dateert en drinken wat bij de teestube. Meestal rijden we verder naar Ootmarsum, het pittoreske stadje in het Dinkelland. Op zondagmiddag is het er altijd gezellig druk. We snuisteren wat rond in de galerietjes en winkeltjes. Al snuisterend moet ik automatisch denken aan het verdwenen beroep van marskramer. Vanuit het nabij gelegen Münsterland kwamen zij over het oude marskramerspad  via Oldenzaal naar Nederland om hun handelswaar aan de man te brengen. Het waren mannen als de  Brenninkmeijers, de Vrooms en Dreesmannen. Zij gaven mede onze binnensteden hun huidige vorm. Ze waren jarenlang beeldbepalend totdat ze uiteindelijk ten onder gingen aan het internetgeweld en de hedge funds. Hier lijkt het of de tijd heeft stilgestaan en de eenheidsworst geen invloed heeft gehad. Leuke sfeervolle winkeltjes en galerietjes, afgewisseld door gezellige etablissementen met uitnodigende terrasjes vormen het bruisend hart van Ootmarsum.

Tegen het einde van de middag gaan we steevast langs bij tante Sien. Nee, niet mijn tante Sien, maar een heerlijke nostalgische uitspanning met een enorm terras gelegen in het centrum van het lommerrijke Vasse. Onder de koelte van eeuwenoude bomen zit je daar als een vorst. Tante Sien is een pleisterplaats voor fietsers en wandelaars. We gaan mensen kijken onder het genot van een chardonnaytje en een bitterballetje. Hordes fietsers banen zich een weg door het heuvelachtige gebied. Fietsende gezinnetjes met moederkloek voorop, gevolgd door drie terreurkabouters die zich rot trappen op hun mini fietsjes en vader als hekkensluiter. Dan scheuren er weer een paar e-bike ouderen als motorduivels voorbij die op hun manier lekker relaxed bezig zijn. In de bonte stoet duikt er zo nu en dan een groepje wielrenners op die zich met een waas voor de ogen in het zweet werken. Meestal onder leiding van een klein iel mannetje met een stem om cokes in de staatsmijnen mee te kloppen, die als een volleerde Britse drill sergeant commando’s naar de rest van de groep brult. Het leukste vind ik altijd de groepen wandelaars, vooral die met twee stokken en een knapzak. Nordic Walking heet dat. Ik krijg er altijd fantasieën bij. Zouden ze helemaal uit Noorwegen of zo komen lopen? Lopen ze misschien het Pieterpad en zijn ze van het padje geraakt? Ik weet het niet, maar ze lopen alsof hun leven ervan afhangt. „Goed voor de lijn” zegt mijn buurman op het terras. Ik kijk nog eens in de lege bitterballenschaal. Misschien moet ik toch maar eens afvallen.

Jan Oosterbeek

Regio observer

Share This