economie op het platteland

Ik heb het voorrecht in een klein grensdorp te wonen. Het dorp telt zo’n 7800 inwoners en beschikt over een uitstekend verzorgingsapparaat. Om u een indruk te geven: er is een bakker, een slager, 3 supermarkten, een Marskramer, een Kruitvat, een elektra zaak, een regiobank, een modezaak, een schoenenzaak, verschillende horecagelegenheden, een bouwmarkt, 2 bloemenboetiekjes, een fietsenwinkel, een textielzaak, een taxibedrijf, een winkel in sportkleding, een dierenspeciaalzaak, een woninginrichter, 2 kapperszaken en je kunt ook gewoon tanken bij de dorpsgarage. Samen vormen zij de plaatselijke middenstand, verenigd onder de nostalgische naam ‘Handelsvereniging Hermes’. Een mooie bonte verzameling middenstanders. Precies voldoende om in de behoefte van de plaatselijke bevolking te voorzien. De klanten krijgen er geen last van keuzestress door overdaad. Toch kun je alles krijgen en anders is er nog de wekelijkse markt op zaterdag. Schatrijk worden ze er niet van, maar dat is hier ook niet de ambitie. De winkeliers vervullen namelijk ook een maatschappelijke en sociale rol en die is even zo belangrijk als winst maken.

 

Nu wil het geval dat ze op een dorp ook wel eens grootster willen denken. Zo werd ik een paar jaar geleden gebeld door het secretariaat van de ondernemersvereniging. Ze hadden het ambitieuze plan om alle ondernemers in het dorp te verbinden en of ik zitting wilde nemen in het oprichtingscomité. Een soort commerciële club, maar dan op z’n dorps. Niet gehinderd door kennis was ik een beetje bevooroordeeld. Ik verwachte een soort winkeliersvereniging plus, maar niets was minder waar. Tot mijn stomme verbazing bleek het dorp ruim 130 bedrijven te tellen, aldus een lijst van de Kamer van Koophandel en daar zaten niet de minste bij! Van hightech luchtvaart, productie van klinische voeding en disposables voor bloedtransfusie- en aferese-systemen, tot één van de grootste agrarische bedrijven van het land, waar de professoren uit Wageningen de deur plat lopen, zijn hier gevestigd. Maar ook de MZP-er (multinational zonder personeel zo noem ik ze altijd). Vaak enthousiaste jonge ondernemers. Eenpitters zoals marketeers, website bouwers, klussenbedrijven, makelaars etc. Verbazingwekkend, zoveel bedrijvigheid die gewoon onder de radar blijft, maar ieder doet z’n eigen dingetje. Om een lang verhaal kort te maken: er kwam een nieuwe ondernemersvereniging. En hoe: de ondernemers zetten zich veel breder in dan het bevorderen van commerciële activiteiten. Ze zetten zich in voor diverse dorpsbelangen op het gebied van cultuur, infrastructuur sport en recreatie, ze realiseerden snel internet voor die buitengebieden en hebben oog voor de leefomgeving. Een vereniging die haar sociale en maatschappelijke verantwoording kent en neemt zonder direct maar een te grote broek aan te trekken. Een mooi voorbeeld van waarin een klein dorp groot kan zijn!

Jan Oosterbeek

Regio observer

Share This